Vocht meten in hout: welke vochtpercentages zijn acceptabel?
- Geplaatst op
Te vochtig hout kan tijdens of na verwerking gaan krimpen, vervormen of scheuren. Maar wanneer is hout eigenlijk droog genoeg? Een vochtpercentage van 8% kan voor de ene toepassing gewenst zijn, terwijl 16% voor een andere toepassing volkomen normaal is.
Vocht meten in hout: welke vochtpercentages zijn acceptabel?
Te vochtig hout kan tijdens of na verwerking gaan krimpen, vervormen of scheuren. Maar wanneer is hout eigenlijk droog genoeg? Een vochtpercentage van 8% kan voor de ene toepassing gewenst zijn, terwijl 16% voor een andere toepassing volkomen normaal is.
Wie vocht in hout wil meten, moet daarom niet alleen naar het getal op de vochtmeter kijken. De houtsoort, toepassing, temperatuur, meetdiepte en omstandigheden waarin het hout uiteindelijk wordt gebruikt, bepalen hoe u de gemeten waarde moet beoordelen.
In dit artikel leggen we uit hoe u het vochtpercentage van hout meet, welke waarden u als richtlijn kunt gebruiken en welke meetfouten u beter kunt voorkomen.
Wilt u houtvocht professioneel controleren? Bekijk dan onze professionele vochtmeters voor hout.
Waarom is het belangrijk om vocht in hout te meten?
Hout is hygroscopisch. Dat betekent dat het vocht kan opnemen uit de omgeving en ook weer vocht kan afstaan. Het houtvochtgehalte verandert daardoor mee met onder andere de relatieve luchtvochtigheid en temperatuur van de omgeving.
Dat is belangrijk omdat veranderingen in het vochtgehalte ook invloed hebben op de afmetingen en eigenschappen van hout.
Wanneer hout verder droogt, kan het:
- krimpen;
- kromtrekken;
- scheuren;
- naden veroorzaken;
- verbindingen onder spanning zetten.
Neemt hout juist opnieuw vocht op, dan kan het zwellen.
Daarom is het verstandig het vochtgehalte te controleren voordat hout wordt verwerkt, gemonteerd, verlijmd, afgewerkt of in een andere omgeving wordt geplaatst.
Een houten vloer die in een verwarmde woning wordt gelegd stelt bijvoorbeeld andere eisen aan het houtvocht dan constructiehout dat onder een dak wordt verwerkt.
Wat betekent het vochtpercentage van hout?
Het vochtpercentage geeft aan hoeveel water het hout bevat ten opzichte van het droge gewicht van het hout.
Een meting van bijvoorbeeld 12% betekent dus niet dat 12% van het totale volume van het stuk hout uit water bestaat. Het gaat om de verhouding tussen de hoeveelheid vocht en het ovendroge gewicht van het hout.
Voor de dagelijkse praktijk hoeft u deze berekening normaal gesproken niet zelf te maken. Een geschikte houtvochtmeter geeft na de meting direct een vochtpercentage weer.
Belangrijker is vervolgens de vraag:
Is dat vochtpercentage geschikt voor de toepassing waarvoor het hout wordt gebruikt?
Daar bestaat geen universeel antwoord op.
Welk vochtpercentage is acceptabel voor hout?
Het gewenste vochtpercentage is afhankelijk van de toepassing en de omgeving waarin het hout terechtkomt.
Als indicatieve richtlijn kunt u ongeveer de volgende waarden aanhouden:
|
Toepassing |
Indicatief houtvochtgehalte |
|
Parket |
circa 8% |
|
Binnendeuren |
circa 8% |
|
Meubelen |
circa 10% |
|
Binnenbetimmeringen |
circa 13% |
|
Trappen binnenshuis |
circa 13% |
|
Ramen en glaslatten |
circa 14% |
|
Buitendeuren |
circa 15% |
|
Kozijnen |
circa 14–16% |
|
Vloeren en balklagen in normale binnenomgeving |
circa 14–16% |
|
Bouw- en constructiehout onder dak |
circa 16–18% |
|
Buiten beschut toegepast hout |
afhankelijk van toepassing vaak hoger |
Dit zijn richtwaarden en geen universele afkeurgrenzen. De eisen voor een specifieke vloer, houtsoort, coating, lijmverbinding of constructie kunnen hiervan afwijken.
Controleer bij kritische toepassingen daarom altijd de productspecificatie, het bestek of de voorschriften van de fabrikant.
Waarom is 15% niet altijd de juiste grens?
Online wordt regelmatig gezegd dat hout “onder 15%” of “onder 20%” moet zitten. Dat is te algemeen.
Een vochtpercentage van 15% kan voor bepaald constructie- of buitenhout prima passen bij de gebruiksomstandigheden, terwijl dezelfde waarde voor parket dat in een verwarmde woonkamer wordt gelegd juist relatief hoog kan zijn.
Het gewenste vochtgehalte wordt voor een belangrijk deel bepaald door het evenwichtsvochtgehalte.
Hout probeert zich namelijk aan te passen aan de relatieve luchtvochtigheid van zijn omgeving. Legt u relatief vochtig hout in een droge, verwarmde ruimte, dan zal het hout verder drogen en daardoor krimpen. Omgekeerd kan zeer droog hout in een vochtige omgeving weer vocht opnemen en zwellen.
De beste uitgangssituatie is daarom hout dat qua vochtgehalte al zo goed mogelijk aansluit bij de omstandigheden waarin het uiteindelijk wordt toegepast.
Hoe meet u het vochtpercentage van hout?
Voor een betrouwbare houtvochtmeting is niet alleen de vochtmeter belangrijk. Ook de plaats en manier waarop u meet bepalen de kwaliteit van het resultaat.
1. Gebruik een vochtmeter die geschikt is voor hout
Niet iedere materiaalvochtmeter geeft bij hout een absoluut vochtpercentage weer.
Voor professionele houtmetingen wordt veel gebruikgemaakt van een pinvochtmeter. Hierbij worden twee elektroden of meetpennen in het hout geplaatst.
De meter bepaalt het vochtgehalte op basis van de elektrische weerstand tussen deze elektroden. Omdat vocht de elektrische eigenschappen van hout beïnvloedt, kan de meter hieruit een houtvochtwaarde berekenen.
Bekijk voor specifiek hiervoor ontwikkelde instrumenten ook onze vochtmeters voor hout.
2. Controleer de instelling voor de houtsoort
Niet iedere houtsoort heeft dezelfde elektrische eigenschappen.
Een professionele houtvochtmeter kan daarom verschillende correcties of ijklijnen voor houtsoorten hebben. Bij nauwkeurige metingen is het belangrijk dat de meter op de juiste houtgroep of houtsoort is ingesteld.
Meet u bijvoorbeeld eikenhout met een instelling die voor een andere houtgroep bedoeld is, dan kan de weergegeven waarde afwijken van het werkelijke houtvochtgehalte.
3. Meet op meerdere plaatsen
Eén meting geeft niet altijd een representatief beeld van een hele plank, balk of partij hout.
Meet daarom op verschillende plaatsen en, wanneer u een voorraad of partij controleert, op meerdere stukken hout.
Zo voorkomt u dat u conclusies trekt op basis van één plaatselijk natte of juist opvallend droge plek.
4. Houd rekening met de meetdiepte
De buitenzijde van hout kan droger zijn dan het materiaal dieper in het hout.
Dat is vooral relevant bij:
- dikke balken;
- grote houtsecties;
- hout dat recent is gedroogd;
- hout dat aan één zijde aan vocht is blootgesteld.
Standaard meetpennen meten relatief dicht bij het oppervlak. Wilt u het vocht verder in het materiaal bepalen, dan kunnen langere elektroden, diepte-elektroden of een hamerelektrode nodig zijn.
Daarmee kunt u beter bepalen of het hout ook onder het oppervlak voldoende droog is.
Waar plaatst u de meetpennen?
De exacte meetmethode kan per instrument en toepassing verschillen. Volg daarom altijd de instructies van de fabrikant van de vochtmeter.
Bij een pinmeter moet u er onder andere op letten dat:
- de elektroden voldoende contact maken met het hout;
- beide pennen goed in het materiaal zijn geplaatst;
- u niet uitsluitend één oppervlakkige meting uitvoert;
- u waar nodig meerdere meetpunten gebruikt;
- u rekening houdt met richting van de houtnerf als de fabrikant dit voorschrijft.
Bij dikke materialen kan een oppervlakkige meting een ander beeld geven dan een meting verder in de doorsnede.
Voor professionele kwaliteitscontrole is een herhaalbare meetprocedure daarom belangrijker dan zo veel mogelijk losse metingen uitvoeren.
Heeft de temperatuur invloed op een houtvochtmeting?
Ja. Bij weerstandmetingen kan de temperatuur van het hout invloed hebben op het meetresultaat.
Voor alledaagse metingen onder normale omstandigheden is die invloed niet altijd groot genoeg om problemen te veroorzaken. Bij professionele metingen, grotere temperatuurverschillen of wanneer een hoge nauwkeurigheid vereist is, wordt temperatuurcorrectie echter belangrijker.
Sommige professionele houtvochtmeters kunnen hiervoor automatisch of handmatig corrigeren.
Ook dit is een reden om voor kwaliteitscontrole niet alleen naar het meetbereik van een vochtmeter te kijken, maar ook naar:
- houtsoortcorrectie;
- temperatuurcompensatie;
- beschikbare elektroden;
- meetdiepte;
- kalibratiemogelijkheden.
Pinmeting of non-invasief houtvocht meten?
Vocht in hout kan met verschillende meetprincipes worden onderzocht.
Pinvochtmeter
Een pinvochtmeter gebruikt elektroden die in het hout worden gedrukt.
Voordelen:
- zeer lokaal meten;
- geschikt voor het bepalen van het houtvochtpercentage;
- met speciale elektroden ook op grotere diepte meten;
- veel professionele meters bieden houtsoortcorrectie.
Nadeel:
De pinnen laten kleine gaatjes in het materiaal achter.
Non-invasieve vochtmeter
Bij een non-invasieve of capacitieve meting hoeft u geen pinnen in het oppervlak te drukken. De sensor wordt tegen het materiaal gehouden.
Voordelen:
- snel grotere oppervlakken controleren;
- geen gaatjes in het materiaal;
- geschikt om verschillen tussen meetlocaties op te sporen.
Aandachtspunt:
Afhankelijk van het instrument kan een non-invasieve meting een relatieve waarde geven in plaats van een absoluut houtvochtpercentage. Daarnaast kunnen onder andere materiaaldikte, dichtheid en materiaal achter het hout invloed hebben op het resultaat.
Voor een snelle scan kan non-invasief meten daarom zeer praktisch zijn. Wilt u het daadwerkelijke vochtpercentage van hout bepalen, dan wordt vaak een voor hout gekalibreerde pinmeter gebruikt.
Veelgemaakte fouten bij houtvocht meten
Zelfs met een professionele vochtmeter kan een verkeerde meetmethode misleidende resultaten opleveren.
Slechts één keer meten
Hout is geen volledig homogeen materiaal. Het vochtgehalte kan binnen één plank of balk verschillen.
Meet daarom meerdere keren en beoordeel het patroon in plaats van één losse waarde.
Alleen het oppervlak controleren
De buitenkant kan aanzienlijk droger zijn dan de kern. Vooral bij dik hout kan dit tot een verkeerde conclusie leiden.
Gebruik bij belangrijke metingen indien nodig langere elektroden.
De verkeerde houtsoort instellen
Heeft uw vochtmeter houtsoortcorrectie? Controleer dan vooraf of de juiste groep is geselecteerd.
Alle percentages op dezelfde manier beoordelen
Een meting van 14% is niet automatisch “goed” of “fout”. Vergelijk de waarde altijd met de toepassing van het hout.
Met verschillende meetmethoden waarden één op één vergelijken
Een relatieve capacitieve meting en een absolute pinmeting zijn niet zonder meer met elkaar te vergelijken.
Gebruik bij vervolgmetingen bij voorkeur steeds dezelfde meter, instelling, methode en meetlocaties.
Welke houtvochtmeter heeft u nodig?
Welke meter geschikt is, hangt vooral af van wat u wilt controleren.
Wilt u incidenteel het vochtpercentage van hout bepalen, dan kan een eenvoudige pinmeter voldoende zijn.
Werkt u professioneel met hout, bijvoorbeeld in de:
- meubelindustrie;
- houtbewerking;
- bouw;
- vloerenbranche;
- timmerindustrie;
- kwaliteitscontrole,
dan zijn extra functies zoals houtsoortcorrectie, temperatuurcompensatie en externe elektroden interessant.
Een voorbeeld is de Protimeter Timbermaster. Dit model is specifiek bedoeld voor professioneel gebruik in onder andere houtbewerking, meubelindustrie en bouw en beschikt over verschillende ijklijnen voor een groot aantal houtsoorten. Voor metingen dieper in het materiaal kunnen aanvullende elektroden worden gebruikt. Is het niet wenselijk dat er gaatjes achterblijven maar wilt u toch het absolute vochtpercentage kunnen bepalen dan is de Caisson VI-D6 een goed alternatief.
Wilt u naast hout ook vochtproblemen in muren, vloeren en andere bouwmaterialen onderzoeken, dan kan een gecombineerde vochtmeter praktischer zijn dan een instrument dat uitsluitend voor hout bedoeld is.
Veelgestelde vragen over vocht meten in hout
Wat is een goed vochtpercentage voor hout?
Dat hangt af van de toepassing. Voor parket en binnendeuren wordt bijvoorbeeld een lager vochtgehalte toegepast dan voor kozijnen of constructiehout. Kijk daarom altijd naar het gebruiksdoel in plaats van één algemene grenswaarde te hanteren.
Is 15% vocht in hout te veel?
Niet noodzakelijk. Voor sommige toepassingen kan 15% een normale waarde zijn, terwijl het voor bijvoorbeeld parket in een verwarmde binnenruimte relatief hoog kan zijn. De omgeving en toepassing bepalen hoe u de meting moet beoordelen.
Hoe droog moet hout zijn voor meubels?
Voor meubels wordt als richtwaarde vaak rond 10% houtvocht aangehouden. Het exacte gewenste percentage hangt onder andere af van de omstandigheden waarin het meubel uiteindelijk wordt gebruikt.
Hoe droog moet hout zijn voor een houten vloer?
Voor parket wordt circa 8% als indicatieve waarde gebruikt. Bij plaatsing van een houten vloer moet daarnaast rekening worden gehouden met de omstandigheden in de ruimte en de voorschriften van de vloerfabrikant.
Kan ik houtvocht meten zonder gaatjes te maken?
Ja. Dat kan met een non-invasieve of capacitieve vochtmeter. Houd er wel rekening mee dat het type meetwaarde per instrument verschilt. Voor het nauwkeurig bepalen van een absoluut houtvochtpercentage wordt vaak een pinmeter gebruikt.
Moet ik hout op meerdere plaatsen meten?
Ja. Zeker bij professioneel gebruik is één meetpunt onvoldoende om een hele plank, balk of partij hout te beoordelen. Door meerdere meetpunten te gebruiken krijgt u een representatiever beeld.
Betrouwbaar houtvocht meten begint met de juiste meetmethode
Een vochtpercentage heeft pas betekenis wanneer u weet waar, hoe en waarvoor u het hout meet.
Voor parket, meubels, binnentimmerwerk, kozijnen en constructiehout gelden verschillende richtwaarden. Daarnaast kunnen houtsoort, temperatuur en meetdiepte invloed hebben op het meetresultaat.
Meet daarom op meerdere plaatsen, gebruik bij voorkeur een meter die geschikt is voor het betreffende hout en beoordeel de uitkomst altijd in relatie tot de uiteindelijke toepassing.
Bekijk ons assortiment professionele vochtmeters of ga direct naar de vochtmeters speciaal voor hout wanneer u het houtvocht nauwkeurig wilt controleren.